Fase 1: Bouw fundament

Rol van de coach

  • Zorgt voor een veilige en lerende omgeving waar een kind succes beleeft en zelfvertrouwen krijgt.
  • Stimuleert de sporter voor een goede inzet, een proactieve houding en de basis van zelfregulerend vermogen.
  • Geeft feedback dat zich richt op een groeimindset bij de kinderen door accent te leggen op: uitdagingen aangaan, fouten durven maken, goede inzet, het proces en doorzettingsvermogen.
  • Laat kinderen vooral zelf ontdekken, onderzoeken en ervaren zodat hij leert om oplossingen te bedenken en aan te passen in verschillende situaties zonder dat de bewegingsdrang afremt.
  • Legt de ideale beweging niet van buitenaf op, maar ontwikkelt zich autonoom op een voor het individu kenmerkende wijze (differentieel leren; Beek 2011)
  • Is didactisch vaardig en houdt rekening met het individu, zijn belevingswereld, leeftijdskenmerken, verschil jongens en meisjes en ontwikkelingsniveau.
  • Weet dat een veelzijdige basis belangrijk is voor ontwikkeling op lange termijn. Hij kan differentiëren in moeilijkheidsgraad.
  • Biedt structuur en geeft grenzen aan.
  • Is geduldig en heeft oog voor groei op sportief en persoonlijk vlak
  • Gebruikt korte, duidelijke en simpele instructies.
  • Is bekwaam in positief coachen, geeft complimenten is betrokken en geeft positief feedback op wat zich richt op meedoen, plezier, inzet (zie mentaal) en het proces in plaats van focus op tijden.
  • Daagt de kinderen uit voor bewegen, ondernemendheid, zelfstandigheid en zelf oplossingen bedenken.
  • Geeft kinderen autonomie en laat ze regelmatig kiezen wat ze willen doen.
  • Ontwikkelt competenties die passen bij persoonlijke groei, lichaamsbewustzijn, sociaal emotionele ontwikkeling en creativiteit.
  • Stelt vragen en luistert naar de kinderen. Hij probeert ze stapsgewijs verantwoordelijk te maken voor en te reflecteren op hun eigen leerproces.
  • Is energiek, creatief, fantasierijk en flexibel.
  • Is in bezit van het niveau 2 diploma en werkt volgens de richtlijnen die horen bij de fase Fundament
  • Stelt na afloop van een training zichzelf 3 vragen:
    • Hebben ze plezier gehad?
    • Hebben ze nieuwe dingen geleerd?
    • Zullen ze er de volgende training weer zijn?