Fase 1: Bouw fundament

Leerlijn fysiek

Zwemtraining

Op deze leeftijd moeten we de motorische vaardigheden aanleren, veel variëren en zorgen voor een stevig fundament voor een leven lang zwemplezier ongeacht het uiteindelijk niveau. Kinderen die een eenzijdig aanbod krijgen of vroeg specialiseren hebben later grote kans dat ze problemen krijgen om door te ontwikkelen omdat de basis beweegvormen niet goed zijn ontwikkeld. Ook vinden ze het lastig om complexe oefeningen uit te voeren, hebben ze meer kans op blessures, disbalans en is de kans op vroeg stoppen met de sport groter.

Kinderen moeten voordat de focus zwemspecifiek wordt veel beweegervaring op doen in en uit het water door een veelzijdig takoverstijgend aanbod. Varieer ook in organisatie door speelse vormen, oefenhoeken, circuits, uitdagingen, gebruik van materialen, bewegingsbanen en in de breedte zwemmen.

Algemene richtlijnen voor de zwemtraining:

  • Gevoelige periode voor lenigheid; (introduceer basis flexibiliteitsoefeningen). Veel beweegvormen in het water kunnen niet uitgevoerd worden als er niet genoeg flexibiliteit is.
  • Cruciale periode voor snelheidstraining (jongens 6-8, meisjes 7-9) met een richttijd van 6 tot 10 sec sprinten met ruim rust. Door spelvorm ontwikkel je korte snelheid, reactietijd, behendigheid, snelheid, wendbaarheid, timing, beweeglijkheid, zwemmen en roteren in verschillende richtingen en gevoel voor ritme (versnellen, afremmen, versnellen.)
  • Algemene, takoverstijgende trainingen met integratie van uithoudingsvermogen, kracht (met eigen lichaamsgewicht), snelheid, lenigheid, stabiliteit, vormspanning, behendigheid, spelvormen met een bal of materialen, techniek
  • Ontwikkeling van de vaardigheden dat zich concentreert op ABC (behendigheid, balans, coördinatie).
  • Combinatie van zwemspecifieke opdrachten (watergevoel, duiken, glijden, afzetten, balans) en spel.
  • Daag de kinderen uit en ze geef opdrachten mee met een doel (individueel, 2-tal, groepje). Wie kan het verst/de meeste/het langst/het hoogst/het kleinst/...
  • Aandacht voor ontwikkeling fundamentele beweegvormen en de basis van alle slagen, starten, keren, onderwaterfases en finishen.
  • Integratie van mentale, cognitieve en emotionele ontwikkeling

Landtraining

Voor een goede fysieke ontwikkeling heeft een sporter een brede basis nodig waaruit hij zich verder kan ontwikkelen

Eerder speelden kinderen genoeg buiten waardoor ze rennen, springen, trekken, duwen kracht en lenigheid ontwikkelden. De kinderen van tegenwoordig moeten we dit aanbieden.

Niet ieder kind mag of kan op meerdere sporten en niet elke school heeft een goed aanbod bij de gymnastieklessen. Als de vereniging een goede basis belangrijk vindt, kan de coach voor aanvang van elke zwemtraining een landtraining aanbieden. In deze 2*20 minuten is een groter aanbod voor de grondvormen van bewegen, een veelzijdiger aanbod, meer lichaamsbesef en extra aandacht voor groepsdynamica.

Het Athletic Skills Model begint met het ontwikkelen van de grondvormen van bewegen omdat dit zal leiden tot veelzijdig beweegervaring. Deze bewegingsvaardigheden zorgen voor een stevig fundament waarop gezondheid, welzijn en een mogelijk atletische loopbaan de (top)sport verder kunnen worden ontwikkeld. De belangrijkste grondvormen voor kinderen van 7-9 jaar vanuit ASM zijn: balanceren en vallen, stoeien en vechten, gaan en lopen, springen en landen, rollen, duikelen en draaien, gooien en vangen, trappen en schieten, klimmen en klauteren, bewegen op muziek. Daarna worden alle elementen van de coördinatie verbonden en doorontwikkeld via vijf voorwaarden voor bewegen; behendigheid, flexibiliteit, balans, kracht/snelheid, uithoudingsvermogen. (zie boek Athletic skills model van René Wormhoudt). Op de Belgische site skill-up staan allemaal programma’s om sporters beter te kunnen begeleiden en op de site van de Spelles staan veel leuke spellen.

Kinderen van 7 tm 10 jaar zitten in de gevoelige periode voor lenigheid: leer ze onder goede begeleiding lenigheid te houden en te vergoten zodat de range of motion rondom een gewricht of een aantal gewrichten goed blijft. Hieronder 3 voorbeelden:

Om te kunnen sprinten, springen en rollen heb je dynamische lenigheid nodig. Dit komt tijdens spelvormen vaak aan bod.

Voor een goede ligging in het water moet je het ook op het land kunnen. Als je de core niet goed ontwikkelt voor goede stabiliteit aan het wervelkolom en het bekken kun je de stroomlijn niet vasthouden

Voor starten en keren heb je mobiliteit en stabiliteit nodig