Fase 1: Bouw fundament

Rol van de ouders

  • Positief – positief – positief. Zorg dat je de grootste fan bent van de kinderen en beleef samen het plezier dat kinderen hebben. Laat het coachen over aan de trainers.

Ouders van jongste jeugd

De jongste sporter is vaak nog sterk afhankelijk van zijn of haar ouders:

  • Deze ouders hebben een grote rol, bijvoorbeeld in het halen en brengen.
  • Ze zijn soms zelf coach of begeleider.
  • Ze bepalen en sturen veel.
  • Ze zijn soms onervaren in de sport en het verenigingsleven.

Ouders van oudere jeugd

Naarmate het kind ouder wordt, verandert de rol van ouders:

  • Het kind wordt zelfstandiger.
  • De tijdsbesteding verandert.
  • Leeftijdsgenoten (de peergroup) worden belangrijker.
  • De rol van de ouder verschuift meer naar de achtergrond.
  • De trainer of coach wordt nog belangrijker.

Wat betekent dat voor de vereniging?

  • Erken dat de ouders van oudere jeugd minder aanwezig zijn.
  • Waardeer ze des te meer als ze er wel zijn!
  • Zorg dat de trainer, coach of begeleider oog heeft voor de veranderende rol van ouders.
  • Maak ruimte voor individuele gesprekken met ouders als daar behoefte aan is.

Wedstrijdtips voor ouders
Voor de wedstrijd

  • Laat je kind duidelijk weten dat je trots bent, ongeacht de uitslag.
  • Leg de nadruk op plezier beleven. Plezier en een gezonde, sportieve wedstrijdmentaliteit kunnen leiden tot betere prestaties.
  • Wens kinderen voor de wedstrijd en training veel plezier!

Tijdens de wedstrijd

  • Coach je kind niet tijdens de wedstrijd of training, daarvoor is de coach aangesteld.
  • Moedig sportief aan: niet alleen je eigen kind. Applaudisseer voor alle sporters bij mooie prestaties.
  • Toon enthousiasme en steun je kind en andere sporters.
  • Laat je emoties niet de vrije loop.
  • Respecteer de beslissingen van de scheidsrechter of het jurylid.

Na de wedstrijd

  • Moedig je kind aan scheidsrechters, juryleden en andere sporters te bedanken.
  • Vraag na de wedstrijd of training: ‘En… Heb je plezier gehad vandaag?’, ‘Wat heb je geleerd vandaag?’ of ‘Wat was de mooiste actie tijdens de wedstrijd?’
  • Focus bij teleurstelling op dingen die goed zijn gegaan tijdens de wedstrijd of training.
  • Beloon niet de prestatie of het resultaat maar toon waardering voor de manier waarop je kind heeft gesport: enthousiast, gedreven, sierlijk, enzovoort.