Fase 1: Bouw fundament

Leerlijn tactiek en wedstrijden

  • Introductie van simpele regels en de ethiek van sport.
  • De sporter durft te zwemmen met verschillende ritmes.
  • De sporter bedenkt en varieert met oplossingen.
  • De sporter weet welk start, keerpunt en finish hoort bij welke slag.

Wedstrijden

De focus moet niet liggen op winnen en de eindtijd maar om plezier, succesbeleving, betrokkenheid, creativiteit, beter worden en inspanning. De sporter leert op een positieve manier naar zichzelf te kijken en ontwikkelt een positieve houding ten opzichte van teamgenootjes. Geef ze ruimte voor autonomie en moedig ze aan om mee te denken.

Voor de wedstrijd
Leg de basisregels en principes van eerlijk en sportief spel uit, maak gelijkwaardige teams en zorg ervoor dat ouders ook begrijpen wat de visie van de vereniging is bij een veilig sportklimaat en ontwikkeling op lange termijn.

Tijdens de wedstrijd
Laat kinderen meedoen aan verschillende activiteiten en moedig ze aan om hun best te doen en creatief mee te denken.

Moedig de kinderen aan om na succes en na fouten het nog een keer te doen en introduceer manieren om positief te blijven kijken (taakoriëntatie stimuleren).

Benadruk principes van samenwerken en fair play (moedig elkaar aan, laat kinderen oefeningen samen uitvoeren.

Pak en gebruik de momenten waarop je sportiviteit, teamwork en ethiek kan versterken.

Na de wedstrijd
De feedback kan geen diskwalificatie zijn, maar moet opbouwend, stimulerend en lerend zijn.

Help de kinderen te reflecteren en analyseren door het stellen van vragen. Ben je ervoor gegaan? Heb je plezier gehad? Voelde het goed? Wat had je verwacht? Wat heb je goed gedaan? Wat zou je graag de volgende keer willen doen/willen verbeteren?

Moedig de kinderen aan om dingen die ze op de volgende wedstrijd beter willen doen te gaan oefenen op de volgende training. Sluit gezamenlijk af met een glaasje limonade

Wie let waarop

Sporters: begrijpen dat succes betekent dat je ervoor moet gaan, je best moet doen, doorzetten, fouten mag maken en plezier moet maken. Ze tonen een positieve houding en plezier t.o.v. het beoefenen van de sport.

Coaches: creëer een positieve, lerende omgeving, maak persoonlijk contact met de kinderen en geef positief feedback. Belangrijk is om steeds te hebben over plezier en het proces. Praat niet over de resultaten of talent en vergelijk de kinderen niet met elkaar. Leg de basis voor een realistisch en positief zelfbeeld door haalbare oefeningen te maken zodat de sporters positief beloond worden door het bereiken van de doelstellingen.

Ouders: Positief – positief – positief. Zorg dat je de grootste fan bent van de kinderen en beleef samen het plezier dat kinderen hebben. Laat het coachen over aan de trainers.