Fase 2: Leer trainen (minioren 3+)

Verbeter techniek en start met trainen aerobe capaciteit

Motivatie

De interesse, keuze en ambitie in een sport wordt in deze fase duidelijker. Om een sport lang vol te houden is het goed dat het kind een sport kiest dat bij hem of haar past en waar hij echt plezier aan beleeft. Zwemmen is een technische sport en om de top te halen zal je veel plezier moeten halen aan bewegen en nieuwe vaardigheden leren in het water en individuele prestaties. Andere redenen waarom kinderen op deze leeftijd plezier beleven aan sport is samen zijn met vrienden, trots zijn op jezelf, geaccepteerd voelen, erkenning of grenzen verleggen. Coaches kunnen situaties creëren die competities en uitdagingen bevatten waar het draait om eigen vaardigheden of behendigheid verbeteren of juist samen strijden met je vriendjes of vriendinnetjes in een team. Sociale steun, passende omgeving, en feedback is essentieel.

Kenmerken

Het aanbod in trainingen blijft zich richten op veelzijdig bewegen en de fundamentele beweegvaardigheden. Ook zal nu er gerichter gewerkt worden aan het leren van (nieuwe) zwemspecifieke vaardigheden. Deze periode (voor de groeispurt) is de optimale periode om vaardigheden te leren en te ontwikkelen. Kinderen vinden dat leuk en ze bevinden zich in de zogenaamde “gouden leeftijd”. In de training staan veel coördinatie – en techniekoefeningen van de 4 slagen, alle starts, keerpunten en finishes, onderwaterfases, zwemmen op verschillende ritmes en het ontwikkelen van de (overgangen in de) wisselslag centraal. Dit gebeurt spelenderwijs, met veel variaties en met de focus op plezier. De fysieke ontwikkeling van de sporter krijgt ook steeds meer aandacht. Aan het einde van deze fase maken de kinderen een keuze in voortgezet onderwijs en beslissen ze hoeveel ze willen gaan trainen. Coach, sporter en ouder gaan hier een goed plan voor maken en kijken naar ontwikkeling en behoeftes op lange termijn

Leeftijd

De chronologische leeftijdsrange van de sporters in deze fase is als volgt:

  meisjes jongens
Leer trainen (minioren 3-4-5 meisjes / minioren 3-4-5-6 jongens) 8 - 10 8 - 11
  -2/+2 jaar -2/+2 jaar

Belangrijk voor deze periode

  • Lange termijndoelen gaan voor resultaten op korte termijn. Het gaat er niet om dat ze de volgende wedstrijd beter zijn, maar dat kinderen door training fysiek ontwikkelen, efficiënt leren zwemmen, plezier houden en en met de juiste mindset zich nog jaren kunnen doorontwikkelen.
  • Meisjes van 8 en jongens van 9 jaar kort snelheid blijven trainen (15 meter) voor een goed persoonlijk ritme op alle slagen (gevoelige periode)
  • In een speelse omgeving aandacht besteden aan uitdagingen en doelgerichte oefeningen, maar ook (bal)spelletjes, behendigheid en activiteiten met het team.
  • Planning om te waarborgen dat alle motorische en sportspecifieke vaardigheden in deze fase aangeleerd wordt.
  • Geen specialisatie in een slag, maar veelzijdig ontwikkelen en veel aandacht voor technische ontwikkeling, kwaliteit van de uitvoering en efficiëntie van alle 4 slagen inclusief behendigheid, balans coördinatie, flexibiliteit en ritme. Vroege specialisatie en focus op korte termijn leidt tot vroege top en door eenzijdige belasting meer kans op blessures en eerder afhaken.
  • Techniek oefeningen die passen bij de ontwikkeling, pas veel variatie toe, maar leer geen kunstjes aan.
  • Meisjes vanaf 10 (zeker de vroegbloeiers) en jongens vanaf 11 jaar gaan geleidelijk meer aerobe trainingen doen. De sporter gaat vaker het water in en de sessies worden langer. De gevoelige periode voor het ontwikkelen van uithoudingsvermogen is vanaf de start van de groeispurt.
  • Voor de training aandacht voor mobiliteit, flexibiliteit en juiste lichaamshouding. Dit ter voorkoming van blessures, voor een stabiele ligging in het water en ter ondersteuning van een goede techniek.
  • Laat ze plezier maken en leer ze dat vooruitgang in eigen vaardigheden succes is in plaats van winnen van een ander.
  • Verschil in ambitie en niveau, vraagt om verschil in wedstrijdaanbod.

Aantal fysieke activiteiten, inclusief andere sporten

Blijf buitenspelen en het beoefenen van andere sporten stimuleren.

Door sportsessies bij verschillende sporten ontwikkel je zowel mentaal als fysiek breder. Als de sporter weet wat zijn drijfveren, waarden en ambities zijn kan hij een keus maken hoeveel hij wil gaan trainen, welke uitdaging hij wil, hoeveel competitiedrang hij heeft en op welk niveau hij wedstrijden wil zwemmen. Pas het aantal trainingsuren aan op het ambitieniveau. Geef kinderen autonomie en laat ze in een passende omgeving trainen. Kinderen die een af en toe een wedstrijd willen op hun eigen niveua, zwemmen voor gezondheid of binding gaan vanaf een jaar of 10 verder in fase Z en hebben genoeg aan 2 of 3 trainingen terwijl de sporters die willen strijden voor het hoogst haalbare het aantal trainingen gaat uitbreiden.

  sportsessies zwemtrainingen duur van de trainingen landtraining andere sporten en schoolgym
minioren 3, 4 4-6 3 60 minuten 3x 20 minuten ja, alle sporten kunnen
minioren 5, 6 4-6 4-5 60-75 minuten 4x 20 minuten ja, alle sporten kunnen
           

Accommodatie

Instructiebad of 25 meter bad
Ruimte kunnen maken in het bad (lijnen eruit) voor verschillende trainingsvormen, oefenhoeken, beweegbanen of circuits
Startblokken, rugslagstart-device
Rugslag vlaggen
Sportzaal of ruimte in het zwembad voor landtrainingen
Wifi voor ouders

Wedstrijd ideeën

Het huidig aanbod richt zich vooral op eindresultaten, bijna geen niveau-onderscheidingen, te weinig beleving en teamelementen en een deel van onze leden vindt de wedstrijden saai en zijn door het aanbod al vroeg mentaa moe. Wanneer er te veel wordt gefocust op winnen, worden kinderen afhankelijk van externe beloningen zoals medailles, status en sociale erkenning en leren ze niet om te kijken naar het proces en lange termijn. Wedstrijden moeten aantrekkelijk zijn, maar wel zwemecht en daarom gaan we in ons nieuw aanbod rekening houden met de volgende factoren:

  • Veelzijdige ontwikkeling: Deze leeftijdsfase kent geen slag specialisatie. Kinderen zwemmen alle slagen en de wisselslag staat centraal. Leer de sporters om eerst op een goed ritme een 100 meter wisselslag te zwemmen en als ze dat beheersen gaan ze spelenderwijs op verschillende manieren de 200m wisselslag zwemmen.
  • Succeservaringen voor iedereen: Iedereen doet mee. Het gaat om samen sporten. Focus ligt op (samen) presteren en ontwikkelen op lange termijn in plaats van op winnen. Wedstrijden met niveau aanduidingen en stoppen met waarderen (medailles) per programma nummer kunnen hier goed in bjjdragen
  • Korte wachttijden
    • Organisatievorm met stations: veel kinderen tegelijk aan de gang.
    • Programma afwisselen met estafettes en extra activiteiten op het perron.
    • Bij de 400 meter meer zwemmers een baan laten zwemmen
  • Focus op ontwikkeling op lange termijn: We moeten onderdelen op het programma zetten die passen bij deze leeftijd en wat bijdraagt aan de ontwikkeling op lange termijn.
  • Meer programma’s waar het team centraal staat: Dit kan in de vorm van estafettes, elkaar aanmoedigen, gezamenlijke warming up en inzwemmen, een teamuitdaging, maar ook door de tijden of punten (volgorde van aankomst) van individuen laten tellen voor het team.

Winnen en verliezen is een onderdeel van de sport, kinderen willen uitdaging en zich op een bepaalde leeftijd ook vergelijken met anderen. In plaats van op elke afstand een medaille uit te reiken kun je ook op andere manieren belonen, veelzijdigheid en lange termijn ontwikkeling belangrijk maken en kijken naar mogelijkheden van wedstrijden waarin de uitslag niet of minder voorspelbaar is.

Hieronder een aantal voorbeelden:

  • De snelste 6 kinderen op 3 opgetelde afstanden krijgen een medaille.
  • Vaardigheden en techniek belonen.
  • Variatie in tegenstanders door de leeftijdsindeling niet te laten ingaan op 1 januari, maar de leeftijd die je hebt op de dag van de wedstrijd.
  • Ludieke races of estafettes die passen bij de brede ontwikkeling.
  • Mini-competitie en dan op basis van bijvoorbeeld 3 wedstrijden prijzen (brilletje, beker, vaantje, clinic).
  • Meer programma’s met teamresultaten, bijvoorbeeld estafettes.
  • Individuele resultaten zorgen voor een teamresultaat. Zorg voor gelijkwaardige teams en races waarbij iedereen kan winnen en verliezen.
  • Rising star: sporter met opvallende progressie.

Wedstrijd ideeën:

  • Ready to race: alle vaardigheden die horen bij wedstrijdzwemmen worden gemeten. Het is een voorbereidingswedstrijd op een echte wedstrijd met ludieke estafettes en een certificaat voor iedereen.
  • Competitie voor miniorenteams, elk team heeft een eigen baan. Aantikvolgorde, tijden of finapunten bij elkaar optellen en daarnaast onderdelen met vaardigheden en ludieke estafettes.
  • Kennismakingwedstrijd voor kinderen die nog nooit een wedstrijd hebben gezwommen. Je zou ervoor kunnen kiezen om een sporter bijvoorbeeld maximaal 3 wedstrijden of tot een bepaald niveau mee te laten doen. Ieder krijgt een aandenken, maar geen prijs per gezwommen afstand.
  • Keerpunten bokaal: wie heeft de snelste totaaltijd en zonder diskwalificatie de 4 verschillende (en de oudste minioren 5 (+wisselslag)) keerpunten gemaakt. Voorronde op de vereniging – iedereen mag meedoen. Per leeftijdsgroep gaan de snelste 3 van de vereniging naar de halve finale en vanuit de halve finale vindt dezelfde avond nog de finale plaats en kan je een prachtige bokaal winnen. Deze wedstrijd kun je op een doordeweekse avond organiseren voor verenigingen uit de regio. Eventueel kun je het ook organiseren in combinatie met de afdeling waterpolo. In het midden van het bad leg je 2 goals en organiseer je een penalty-bokaal met keepers van een hoger elftal. Je kunt het evenement eindigen met leuke estafettes.
  • Wedstrijd in het buitenbad
  • Meerdaagse toernooi met in het buitenbad, eventueel in samenwerking met bijvoorbeeld minipolo, schoonspringen of beachvolleybal.
  • Hou wedstrijden speciaal en leef ernaartoe. Ongeveer 10 wedstrijden per jaar voor kinderen tot 10 jaar en kinderen vanaf 10 jaar ongeveer 1 per maand en daarnaast zit er in je aanbod nog een paar leuke toernooien, teamevents, estafette parades, open water wedstrijden of een waterpolo toernooi passend bij deze leeftijd en hun eigen drijfveren.
  • Zorg ervoor dat de sporters de regels nu goed kennen, want diskwalificeren kan.
  • Laat kinderen met een beperking classificeren bij de KNZB (zie website KNZB)

Nieuwe leden en ledenbehoud

  • Vrij zwemmers in een zwembad moeten duidelijk kunnen zien (posters, flyers, strippenkaarten) wat de vereniging in huis heeft.
  • Maak een aantrekkelijk aanbod gericht op kinderen die op latere leeftijd willen instromen.
  • Maak een tijdelijk aanbod
  • Laat duidelijk zie voor wie het aanbod is (geslacht, leeftijd) en wat het doel is zodat de kinderen zich aangetrokken voelen.
    • Voor sporters die tijdens de zomer- of winterstop van hun sport beter willen leren zwemmen.
    • Voor kinderen die mee willen doen met bijvoorbeeld: swim to fight cancer.
    • Voor kinderen die mee willen doen aan de schoolkampioenschappen (info verstrekken via de scholen)
    • Voor kinderen die mee willen doen aan een triatlon
  • Kennismakingslessen met een strippenkaart.
  • Verschillende takken binnen een vereniging moeten elkaar en ieders aanbod sterker maken.
  • Zorg voor een spreekbeurtpakket
  • Open dag
  • Vriendjes en vriendinnetjes training
  • Ouder en kind training (ter stimulering van het masterzwemmen of een borstcrawlcursus)
  • Een tegoedbon voor de jarige bij een kinderzwemfeestjes

Boeien en binden

Vanaf ongeveer 10 jaar ga je verschillen zien in drijfveren. Verenigingen moeten laten zien voor welke ambitieniveaus en perspectieven hun aanbod is en daar een sterk programma (trainingen en wedstrijden) voor maken passend bij de vraag van de (toekomstige) leden. Ledenbehoud is net zo belangrijk als nieuwe leden werven. Huidige leden kunnen enthousiast vertellen over de vereniging. De coach heeft veel oog voor het team en er is binnen de vereniging een activiteitenteam.

De verschillen tussen de jongens en de meiden wordt ook steeds groter. De meiden kunnen fysiek meer aan. Jongens houden erg van uitdagingen en competities en moeten daar dan ook in geprikkeld worden, ze willen ergens bijhoren, identificeren, ergens goed in zijn. Jongens kun je uitdagen door extra landtrainingsvormen en wedstrijdelementen in de training terwijl de meiden uitgedaagd worden door extra aerobe meters maken. Leg de sporters altijd uit waarom je dingen doet zoals je ze doet. Zou een wedstrijd voor alleen jongens van minioren 5 en 6 jongens die gaan strijden om: vaardigheden op snelheid, fysieke uitdagingen een idee zijn

Mogelijke samenwerkingen

Met wie je samenwerkt hangt samen met de keus voor welk ambitieniveau je een aanbod maakt.

  • Minioren van verschillende sporttakken van een vereniging kunnen (gedeeltelijk) samen trainen.
  • Verenigingen in 1 regio zorgen voor goed minioren wedstrijdplan.
  • Kinderen met ambitie moeten vanaf hun 10e (gedeeltelijk) in een prestatiegerichte omgeving trainen. (voldoende uren, ontwikkelingsgerichte coach, trainingsmaatjes, extra techniektrainingen). Wat je zelf niet kan aanbieden kan wellicht wel samen met een vereniging uit de omgeving.
  • Voor een breed aanbod voor kinderen met minder ambitie kun je tijdelijke cursussen aanbieden en samenwerken met andere takken van de vereniging of andere bonden.