Fase 2: Leer trainen

Rol van de coach

Hieronder de competenties van een coach in de fase leer trainen. De coach heeft een belangrijke rol in zijn communicatie, in de leerlijn van prestatiegedrag en ontwikkeling op lange termijn.

  • De sporter en de coach hebben een goede pedagogische relatie.
  • De coach toont belangstelling
  • De coach is open, een rolmodel met passie die fouten kan toegeven.
  • Aanbod is gericht op groei van de zelfmotivatie, het zelfvertrouwen en het zelfregulerend vermogen van de sporter.
  • In de omgeving gaat het om plezier (teamspelen, uitdagingen) en het proces (ontwikkelen en leren van je fouten).
  • De coach heeft geduld en focust op ontwikkeling op lange termijn.
  • De coach heeft oog voor het groepsproces.
  • De coach maakt gebruik van vormen van indirect leren. Dit betekent dat hij gebruik maakt van het “zelflerend vermogen’ van een sporter en kinderen laat experimenteren.
  • De coach zorgt voor duidelijkheid en structuur.
  • De coach geeft concrete, beschrijvende complimenten die gericht zijn op het proces.
  • De coach rolt geen rode loper uit, maar werpt hindernissen op om weerbaarheid te ontwikkelen en te leren aanpassen in moeilijke situaties (aanpassingsvermogen)
  • De coach geeft feedback dat de sporter overtuigt dat meer aandacht en inzet tot het gewenste resultaat zal leiden.
  • De coach is didactisch, creatief en kan differentiëren
  • De coach begeleidt de zwemmer in het proces van doelen stellen,
  • De coach kan positief coachen en beloont inzet.
  • De coach is bekend met de groeicurve, groeispurt, motorisch leren, ltad en holistisch coachen.
  • De coach betrekt ouders voor binding en geeft duidelijkheid over de mogelijkheden binnen de vereniging.