Fase 2: Leer trainen

Leerlijn mentaal en prestatiegedrag

  • De coacht creëert uitdagingen en heeft aandacht voor inzet, lef, doorzettingsvermogen en zelfvertrouwen.
  • De sporter leert zijn gedachten herkennen in een situatie en begrijpt waarom hij die gedachten had (zelfreflecterend vermogen)
  • De sporter begrijpt het nut van trainen (en doelen maken voor de training) in relatie tot doelen halen.
  • De sporter kan uitleggen waar hij mee bezig is, wat hij wil leren en waarom (procesgericht werken)
  • Sporters hebben doorzettingsvermogen en willen erg graag hun vaardigheden perfectioneren. Daag ze uit om een handeling nog een keer te doen als het niet goed gelukt is.
  • De sporter vergroot zijn zelfvertrouwen en begrijpt dat je leert van fouten maken
  • De sporter leert abstracter denken, zodat technische en tactische aanwijzingen steeds beter worden begrepen zonder het plaatje te hoeven zien.
  • De sporter leert zich concentreren (kunnen luisteren en met aandacht oefeningen doen) wanneer dat van hem verwacht wordt. (aandacht richten)
  • De sporter begrijpt de waarde van proces- en resultaatdoelen bij trainingen en wedstrijden.
  • De kinderen worden zich steeds bewuster van focus en concentratie. Nu kun je de kinderen steeds meer betrekken bij het leerproces, laat ze nadenken over oplossingen (ontwikkelingsgericht denken), betrek ze bij de training en vraag na afloop (wat heb je geleerd, wat vond je ervan, bedenk een tip voor de volgende keer). Zo leren ze reflecteren en krijgen ze inzicht in hun eigen manier van leren. Ze zullen de training met meer betrokkenheid, focus en overtuiging doen.
  • Verbeelding en positief denken worden gebruikt om de verdere ontwikkeling van vertrouwen en motivatie van de atleten te gebruiken.
  • De sporter heeft respect en goede interactie en samenwerking met teamgenootjes (leert voor zichzelf opkomen en rekening te houden met elkaar)
  • Verantwoordelijkheid nemen, motivatie en passie voor de sport worden ontwikkeld en atleten beseffen dat hard werken in combinatie met goede houding en nieuwe activiteiten uitproberen naar verbeteringen leidt.

Op deze leeftijd zijn er grote verschillen in prestaties. Het is belangrijk dat sporters zelfvertrouwen halen uit eigen succesvolle ervaringen. Maak tijd als coach om de sporter te leren om eigen prestaties te beoordelen en zijn verbeterpunten te bepalen. Ook kan je hem laten uitspreken waar hij goed in is. Een teamdoel maken en dan samen het behaalde succes vieren is onderdeel van een goed programma. Het team en de peergroup zijn van wezenlijk belang voor doorgaan met een sport.

Voor de wedstrijd
Introductie van mentaal voorbereiden voor een wedstrijd (visualiseren, focussen, verschil tussen spanning en ontspanning, samenhang tussen zenuwen en presteren, samenhang negatieve gedachtes en slecht presteren)

Leer de kinderen de basisprincipes van doelen stellen. Probeer dit eerst uit in de dagelijkse trainingen om zo hun inzet te vergroten. Leg de nadruk op inspanning en verantwoordelijkheid.

Zorg ervoor dat ze bewust bezig zijn met hun proces om beter en sneller te worden.

Leer de kinderen om zicht bewust te worden van hun staat van opwinding (arousal) en hoe ze dit kunnen controleren (ontspanning of juist activeren).

Verder ontwikkeling van self talk, positief naar jezelf kijken en help de sporter om zichzelf te beoordelen op inzet in plaats van resultaten.

De sporter toont zin en motivatie om deel te nemen aan de wedstrijd

Tijdens de wedstrijd
Introduceer de basis van focus en help de kinderen om strategieën te ontwikkelen waardoor ze hun focus kunnen houden bij hun taken.

Sporter worden zich bewust van gedachten die kunnen ontstaan in verschillende situaties en hij weet dat zenuwen en spanning bij een wedstrijd horen en niet erg zijn. Hij wordt zich bewust van wat reacties kunnen zijn van druk en verwachtingen. Dit zijn de eerste aanknopingspunten van mindfulness (leven in het hier en nu, aandachtstraining), basisstrategiën om positief te kunnen blijven denken en eenvoudige ademhalingstechnieken worden geïntroduceerd.

Introduceer ideeën van teamwork en moedig atleten aan om teamspirit en respect voor anderen te tonen.

Na de wedstrijd
Moedig de sporters aan om te reflecteren op zijn prestatie en leer dat fouten maken niet erg is en dat hij daarvan kan leren. Stel vragen als wat ging goed, wat kan beter, wat vond ik erg leuk?

Moedig de sporters aan om 1 taak die goed ging nog een keer te visualiseren. Dit helpt ze om verbeeldingsvaardigheden te verbeteren en zelfvertrouwen te vergroten.

Kom nog eens terug op voorbeelden van fair play en teamwork en gebruik leermomenten om sportiviteit te benadrukken.

Feedback op inzet en het proces

Coach op inzet en technische zwemvaardigheden waar je op getraind hebt en wat gaat zorgen voor betere races in de toekomst. (efficiëntie, ligging, rotatie, ademhaling, techniek van benen en armslag, slag frequentie, slaglengte, snelheid per slag, slagen per baan. Opbouw van een race en het toepassen van vaardigheden (versnellingen maken, lengte onderwaterfase, onderdelen van het keerpunt of de start, ademhalingsritme, snelheid en ritme). De eindtijd is ondergeschikt.

Als we lang willen blijven genieten van vroegbloeiers moeten we hun nu op de juiste manier begeleiden. Het is belangrijk om sporters en ouders te laten genieten en met beide benen op de grond te laten staan. Ze moeten de prestaties niet vergelijken met leeftijdsgenoten, maar nieuwe uitdagende doelen maken waardoor de sporter hard blijft werken om zelf weer beter te worden. Leer ze reflecteren, verantwoordelijkheid nemen en maak ze nieuwsgierig.

Hoe je reageert op de prestaties van de sporter kan een groot verschil maken. Behalve dat het positief moet zijn wil je ook het doorzettingsvermogen stimuleren. Leer de sporters dat het door veel oefenen beter kan worden en zijn doelen kan halen. Geef als trainer feedback dat de groeimindset stimuleert. Kinderen met een groei-mentaliteit geloven dat je vaardigheden kunnen veranderen door te leren en oefenen. Als je als trainer alleen maar complimenten geeft op uitkomst en natuurlijke aanleg zal je het doorzettingsvermogen niet stimuleren.

Wie let waarop:

Sporters: jouw inzet in zowel fysiek als mentale vaardigheden zal leiden tot verbetering van de prestatie

Coaches: integreer de mentale vaardigheden in de training. Mentale vaardigheden verbeteren kost tijd. Benadruk inzet, verantwoordelijkheid, plezier, teamgeest en respect voor anderen.

Ouders: blijf geloven in je kind. Benadruk inzet, teamgeest en respect voor anderen. Erken de resultaten maar benadruk factoren die betrekking hebben op het proces van de prestatie. Afstand geeft ruimte. Ga uit van de expertise van de coach en de jury