Fase 4: Train racen/presteren (jeugd)

Rol van de coach

  • Maakt een meerjarenplanning en jaarplan en bespreekt dit met de sporter en het team en kan deze indien nodig aanpassen.
  • Is professioneel bekwaam (vakinhoudelijk, didactisch en pedagogisch), heeft interpersoonlijke vaardigheden (zoals het onderhouden van passende relaties met sporters, kennis van de persoonlijke achtergrond van sporters en relatie met ouder/ verzorger) en intra persoonlijke bekwaamheid (reflectie en kritisch denkvermogen).
  • Houdt een talentvolgsysteem bij en begeleidt in prestatiegedrag van de sporters en maakt met de sporters een plan hoe ze de volgende stap gaan maken.
  • Is zichtbaar en staat open voor verbinding met andere verenigingen. Samen optrekken in het herkennen van talent en delen van kennis. Binnen een regio moet een ‘wij-gevoel’ ontstaan.
  • Ziet zijn opleidingscentrum als middel om talentontwikkeling te verbeteren en staat open om veranderingen/ verbeteringen door te voeren om de kwaliteit van de programma’s te verhogen.
  • Werkt samen, deelt proactief kennis en ervaring en leert van andere trainers en sporten.
  • Heeft goede contacten met coaches van de vorige fase (train trainen)
  • Heeft een holistische benadering en kijkt naar ontwikkeling op lange termijn.
  • Geeft sporters verantwoordelijkheid en de regie over hun eigen ontwikkeling en leerproces.
  • Heeft oprecht aandacht en kijkt goed of een sporter mentaal en emotioneel goed in zijn vel zit.
  • De coach bevordert en stimuleert sporters voor persoonlijke ontwikkeling.
  • Toont belangstelling, probeert de sporter te begrijpen en gunt ze de ruimte om misstappen te maken.
  • Blijft ervan bewust dat een sporter op deze leeftijd nog steeds niet volwassen is. Sporters hebben steun, sturing en inspiratie nodig.
  • Houd oog voor laatbloeiers.
  • Focust op een groeimindset. Laat spelers geloven dat hun talent ontwikkeld kan worden.
  • Luistert goed naar de sporter, stelt openvragen, geeft feedforward en inspireert.
  • Reflecteert op eigen handelen, evalueert zijn programma goed en kijkt per individu of het programma zorgt voor de juiste ontwikkeling
  • Kent zichzelf, zijn drijfveren en is authentiek.
  • Is eerlijk en direct (geen excuses), legt de lat hoog, zorgt voor hoge verwachtingen en spreekt verwachtingen en ambities uit.
  • Creëert een veilige omgeving waar het gaat om vertrouwen, eigen keuzes maken, respect en eigen verantwoordelijkheid krijgen.
  • Maakt teamdoelen (wat willen we als team bereiken, hoe willen we dat mensen ons aan het eind van het seizoen zien? Wat is nodig voor succes? Wat kan ons hierin beperken?)
  • Houdt de laatste internationale ontwikkelingen bij en heeft goede sportkennis. Weet hoe de (buitenlandse) concurrenten racen.
  • Zorgt voor analyses bij training en wedstrijd.
  • Is in bezit van diploma coach – 4
  • Werkt volgens de visie van het KNZB-sportmodel en leidt op tot zelfstandige sporters. Hij laat de sporter op het juiste moment los op weg naar een volgende fase.