Fase 4: Train racen/presteren (jeugd)

Leerlijn fysiek

Zwemtraining

  • Geïndividualiseerde en op het individu gerichte fysieke training gebaseerd op ontwikkelingsleeftijd, afstand, slag, race modellen.
  • Vanaf jeugd 1 geleidelijke introductie van lactaat tolerantie en wedstrijdsimulatie trainingen.
  • Trainingsfocus met volume en intensiteit gebaseerd op het individu en de periodisering.
  • De sporter begrijpt wat de verschillende trainingsmethoden en energiesystemen zijn en traint op de juiste intensiteit.
  • De sporter leert herkennen wat de gevolgen zijn van en hoe zijn lichaam reageert op allerlei fysieke trainingsmethoden.
  • De sporter leert zijn fysieke grenzen opzoeken en aangeven.
  • Specialiseren, maar voorkom eenzijdig bewegen.
  • Focus op optimale wedstrijdvoorbereiding en gebruik de wedstrijden als belangrijke specifieke trainingen.
  • Verder uitbouw van omvang sets aerobe capaciteit. De aerobe trainingsvormen blijven een belangrijk aspect van de trainingen.
  • Anaërobe capaciteit gedoceerd verder ontwikkelen.

Land- en krachttraining

  • Fysieke activiteiten staan in functie van het optimaliseren van de zwemprestatie (motoriek, kracht, mobiliteit, uithouding, herstel, versterken romp, belastbaarheid).
  • Geïndividualiseerde krachttraining: 2a3x per week (o.a ter voorkoming van musculaire dysbalans)
  • De sporter kan verschillende oefeningen voor rompstabiliteit, vormspanning, core-stability, balans uitkiezen en uitvoeren.
  • Onderhouden van stabiliteit van schouders, romp, wervelkolom, ellebogen en enkels.
  • De sporter kent vele mobiliteitsoefeningen en begrijpt op welke spiergroepen het effect heeft.
  • Specifieke krachttraining in het water passend bij specialisatie.
  • Beweeglijkheid onderhouden.
  • Let op de combinatie met de zwemtraining