Fase 4: Train racen/presteren (jeugd)

Leerlijn voeding

  • De sporter kan een inschatting maken van zijn eigen energieverbruik.
  • De sporter en zijn omgeving kent de voedingsstoffen (macro-, micronutriënten en vocht), weet wat de invloed is op gezondheid, prestatie en herstel.
  • De sporter en zijn omgeving kunnen voeding aanpassen aan training en wedstrijden.
  • De sporter kent de zin en onzin van voedingssupplementen.
  • De sporter weet hoe zij gezond en bewust voedingsmiddelen kunnen kiezen.
  • De sporters kunnen sportmaaltijden samenstellen en bereiden.
  • De sporter kan hoeveelheid vocht en koolhydraten aanpassen aan de inspanning (training en wedstrijd).
  • De sporter kan zijn maaltijden aanpassen aan inspanning (training en wedstrijd).
  • De sporter leert kritisch kijken naar zijn eigen keuzes met betrekking tot de maaltijden en gebruik van tussendoortjes.