Waar, hoe en wanneer willen mensen zwemmen, wat is de meerwaarde van onze vereniging en hoe ziet de sportclub van 2030 eruit? Het aantal mensen dat lid is bij een sportvereniging is de laatste jaren sterk gedaald. Veel zwemverenigingen hebben hier mee te maken en daarom zullen we bij onze plannen voor de komende jaren rekening moeten houden met nieuwe trends, kansen en bedreigingen. Hieronder de opvallendste sporttrends en ontwikkelingen:

Perspectieven in de sport

Als we ambiëren dat veel Nederlanders een leven lang gaan zwemmen, moeten we weten wat de perspectieven zijn om lid te worden en lid te blijven. Vroeger zat met op een sport voor prestatie en competitie. In de loop der jaren zijn deze waarden verschoven en zijn waarden ook gerelateerd aan vrije tijd, levenskwaliteit, persoonlijke ontwikkeling, plezier, gezondheid, maatschappelijk. Tijdens het vormgeven van beleid moeten zal de vereniging rekening moeten houden met de verschillende perspectieven op sport en bedenken welk aanbod daarbij past. De Sport Toekomstverkenning (STV) schetst vier perspectieven die samen de diversiteit in het denken over sport weergeven en een uitganspunt voor de visie van de vereniging kan zijn.

De vier perspectieven zijn:

  1. Door vriendschap verenigd: samen sporten en bewegen. Sport verbindt mensen met verschillende achtergronden en wensen. (Iedereen in de wijk mag meedoen, meedoen, sportiviteit en integriteit staat centraal, een veilige omgeving om samen te spelen, dankzij de vereniging vinden mensen elkaar)
  2. Voel je fit – sport en beweeg vaak met wie en wanneer je wil. We sporten en bewegen voor onze gezondheid en omdat het gewoon leuk is. (een gezonde geest in een gezond lichaam, lekker bewegen, ontspanning en vitaliteit, flexibel en met eigen regels)
  3. Naar de topsport om te excelleren (medailles winnen voor Nederland, de beste zijn, je grenzen verleggen, talentontwikkeling, gunstig en aantrekkelijk sportklimaat)
  4. Leef mee – beleving van sport. (supporter ben je voor het leven, sporters volgen, aanmoedigen en steunen, evenementen beleven, uitslagen voorspellen)

KNZB onderzoek

Het aantal leden van de KNZB laat al een aantal jaren een daling zien. De zwembond heeft in het beleidsplan het tegengaan van deze daling en het realiseren van een ledengroei als één van de speerpunten benoemd. Om gerichte acties te kunnen ondernemen, was eerst kwantitatief en kwalitatief nodig. De KNZB is bij de totstandkoming van de rapportage opgetrokken met de besturen van de verschillende regio’s, die de noodzaak ervan onderkennen.

De KNZB heeft eind juni eerst een onderzoek uitgezet onder leden en niet-leden om meer te weten te komen over de beweegredenen van zwemmers. Daarnaast is in juli een uitgebreide analyse gemaakt op basis van cijfers uit Sportlink. Samen vormt dit de basis voor de Eindrapportage Ledenbehoud. De conclusies en aanbevelingen uit deze rapportage worden binnen de KNZB meegenomen bij het maken van de Jaarplannen 2019. Daarnaast wil de KNZB de rapportage delen met alle verenigingen zodat ook zij op de hoogte zijn en hier inzichten uit kunnen halen voor hun lokale situatie.

De Eindrapportage Ledenbehoud is hier te aan te vragen.

Verschillen tussen het meerjarenopleidingsplan en sportmodel

Het Meerjarenopleidingsplan is een plan dat zich richt op de weg naar de top. Per fase wordt aangegeven wat het accent is voor een goede ontwikkeling van de zwemmers. De basis van dit plan zijn de uitgangspunten van het Long Term Atlete Development en is nog steeds een leidraad voor optimale ontwikkeling van talentvolle sporters tot topsporter. Het KNZB-sportmodel gaat niet alleen over de reis naar het podium, maar houdt rekening met meerder perspectieven om te zwemmen. De zwemsport wil staan voor plezier en passie, maar ook voor samenwerking, verbinding en gezondheid. Hieronder de verschillen tussen het MOZ en het sportmodel.
Aanleiding Het KNZB Sportmodel
Het zwemaanbod bij verenigingen is eenzijdig en focust met name op talentontwikkeling en de route naar presteren op (inter)nationaal podium. Verenigingen moeten een toekomstbestendig aanbod maken waarin de sporter centraal staat. Om toekomstkansen te vergroten en krachtig te blijven moeten ze innoveren en een aanbod bieden waarin meer aandacht is voor verschillende perspectieven, verschil in ambities en vraag vanuit de omgeving. Dit zal moeten leiden naar een completer zwemaanbod of samenwerking door een effectief sportsysteem waardoor ieder individu zich kan ontwikkelen en met plezier sporten met eigen perspectieven.
Het aantal leden van de KNZB is de afgelopen jaren gedaald. Nieuwe trends, andere behoeften, sportbeleving en verwachtingen van leden (en ouders) zorgen ervoor dat traditioneel georganiseerde sport in toenemende mate onder druk staat. Bestuurders moeten weten wat er leeft binnen de vereniging en vanuit daar ondernemen, faciliteren, kwaliteit bieden en doelgroep- en vraaggericht zijn. De KNZB moet inspireren, ondersteunen, betrokkenheid creëren, samenwerking stimuleren en meedenken waardoor er naast de route naar de top een completere en wellicht nieuw sport- en beweegaanbod komt.
Aanleiding Het KNZB Sportmodel
Basisschoolleerlingen zijn minder fit en motorisch minder vaardig. Omdat kinderen minder buiten spelen en minder bewegen moeten wij ons aanbod hierop aanpassen. Als kinderen niet eerst de grondvormen van bewegen goed leren, zullen ze hun zwemvaardigheden ook niet goed kunnen ontwikkelen. Voor ontwikkeling, gezondheid en lang sportplezier is dit nadelig.
Kinderen hebben een aanbod die afgeleid is van volwassen programma’s. Vaak krijgen ze op jonge leeftijd een smalle opleiding waarin ze specialiseren en eenzijdig worden belast. De kans dat ze eerder stoppen door te weinig progressie of blessure is groter. Kinderen verdienen programma’s en begeleiding dat past bij hun beleving en ontwikkelingsniveau. Bij minioren draait het om een breed aanbod waarin het gaat om plezier en een veelzijdige ontwikkeling.
Kinderen met snelle zwemtijden worden gezien als talent Voor de groeispurt is het moeilijk te voorspellen welk talent uitgroeit tot wereldtopper. Vanuit een holistische benadering denken we op lange termijn en kijken naar de potentie van elke sporter (ook sporters met een beperking).
Minioren en jongste junioren zwemmen te veel wedstrijden, deze duren te lang en vrijwel altijd ligt de focus en bijbehorende beloning op eindtijden Wedstrijden moeten kort, uitdagend en leeftijdsgericht zijn waarin het draait om beleving, plezier en ontwikkeling op lange termijn. Behalve dat kinderen alle slagen zwemmen en de wisselslag centraal staat is er veel aandacht voor de vaardigheden van een race en staan er takoverstijdende onderdelen met het team op het programma. Beloningen zoals medailles gaan niet per afstand, maar bijvoorbeeld over teamprestaties, meerdere afstanden en vaardigheden.
Aanleiding Het KNZB Sportmodel
De aangeboden trainingsinhoud richt zich met name op de kalenderleeftijd, maar past niet altijd bij de ontwikkelingsleeftijd. Ook wordt er weinig rekening gehouden met de gevoelige periodes en hoeveelheid trainingsjaren van de sporter. Coaches zullen rekening moeten gaan houden met de verschillen tussen jongens en meisjes, sensitieve perioden van versnelde adaptatie en trainingsprikkels aanbieden die passen bij de biologische ontwikkelingsleeftijd.
Veel vereniging willen opleiden naar de top, maar niet alle verenigingen hebben de mogelijkheden daarvoor of genoeg sporters die dit ook ambiëren. Talentvolle sporters moeten trainen in een inspirerende omgeving met voldoende faciliteiten en goed opgeleide coaches die holistisch coachen, kennis hebben van het LTAD en competenties van prestatiegedrag aanleren voor ontwikkeling op lange termijn.
Bij wedstrijden ligt te veel accent op het zwemmen van persoonlijke records en succes op korte termijn. Sporters met ambitie moeten wedstrijden zien als middel (ervaring opdoen, prestatiegedrag ontwikkelen) voor een doel op lange termijn welke door vele factoren tot stand komt.
Er zit te weinig ontwikkelingslijn en gedachte achter de opbouw van het wedstrijdprogramma. Kinderen moeten een aantrekkelijk aanbod krijgen dat past bij hun leeftijd, ambitie en ontwikkeling. Tot 14 jaar: Ervaring opdoen in verschillende afstanden (ook lange afstanden!) en slagen, verder ontwikkelen van de wisselslag.
Aanleiding Het KNZB Sportmodel
Te weinig aanbod voor sporters met andere perspectieven.

In fase Z, een leven lang zwemplezier moet een aanbod komen voor meerdere levensfases en doelgroepen. Deze verbreding en nieuwe aanbod richt zich op de volgende 3 pijlers:

  • Meer aandacht en aanbod voor wedstrijdzwemmers die NK-niveau niet halen of niet ambiëren.
  • Nieuwe aanbod voor: fit, gezondheid-actieve leefstijl-binding-beleving
  • Beleid voor binding en behoud van trainers, jury, jeugdparticipatie en fans.
Eenzijdig wedstrijdaanbod wat zich vooral richt op sporters met NK-ambitie. Nieuwe samenwerkingsvormen, meer beleving, variëteit en innovatie in wedstrijden, gericht op niveau, waar wordt voldaan aan de behoeftes: verbondenheid (leeftijdsgenoten) autonomie (keuze), competentie (succesbeleving- aansluiten bij niveau)
Aanleiding Het KNZB Sportmodel
Coaches vinden het lastig om een sporter met een (zware) beperking op te nemen binnen de vereniging en sporters met een beperking voelen een drempel om naar onze verenigingen te gaan. Inclusief sporten en bewegen. De ambitie is om belemmeringen vanwege leeftijd, fysieke of mentale gezondheid, etnische achtergrond of sociale positie weg te nemen. Verenigingen kunnen vanuit de perspectieven (vriendschap, gezondheid, op naar de top, beleving) een (door samenwerking) toegankelijk aanbod maken waarin de sporter zich welkom voelt en met plezier mee kan doen.
Aanleiding Het KNZB Sportmodel
Er is onvoldoende kennisuitwisseling tussen de coaches van KNZB- trainingscentra en verenigingscoaches die talentvolle sporters opleiden. Door een goed netwerk, samenwerking en doelgericht werken aan het delen van visie en kennis tussen coaches zal kennis en de kwaliteit van de programma’s omhooggaan. Verenigingen hebben een sterke positie in de basis van talentontwikkeling. Hoe hoger het niveau aanbod bij verenigingen, des te hoger het niveau van instroom van talent in OC.
Zwemverenigingen staan op zichzelf. Om aan te kunnen passen aan veranderende omstandigheden en te zorgen voor een goed sportaanbod zijn heel veel kruisbestuivingen en samenwerkingsvormen denkbaar dat kan leiden tot een diverser aanbod, meer beleving en meer kwaliteit. Een bestuur met passie en diversiteit aan leden kan verbindingen met de omgeving aangaan.
Zwembaden en verenigingen en takken binnen een verenigingen zien elkaar als concurrent. KNZB zal inzetten op versterken van onderlinge samenwerking tussen verenigingen. Verenigingen moeten beseffen dat samenwerking met de verschillende takken en met het zwembad het aanbod kan versterken.