De sporter staat centraal

In het KNZB-sportmodel staat niet het programma centraal, maar is de sporter het uitgangspunt. Elk individu van jong tot oud, met of zonder beperking heeft een eigen perspectief, behoefte, ambitie, mogelijkheden en ontwikkelingsritme. Dit kan voor een sporter anders zijn in de verschillende levensfases.

In alle fases van het sportmodel besteden we aandacht aan leeftijdskenmerken, rol van de coach en het team, motivatie en belangrijke aspecten voor een holistische benadering dat dient als leidraad om zo een zo compleet mogelijk en passend sportaanbod te maken.

Motivatiemodel

Sportplezier is de basis van sporten en blijven sporten. Trainers moeten een klimaat creëren en een sportaanbod aanbieden waarin sporters de motivatie houden. Een aantal redenen om te stoppen met sport zijn:

  1. Geen plezier meer hebben in het zwemmen (trainingen zijn saai, te weinig leeftijdsgenoten met dezelfde ambitie, weinig fun buiten het zwemmen om)
  2. Het ervaren van prestatiedruk op jonge leeftijd, sporters worden wedstrijd moe
  3. Negatieve rol van ouders
  4. Gevoel dat je niet meer goed genoeg bent (en wellicht daardoor te weinig aandacht)
  5. Onvoldoende tijd ter beschikking hebben

In een theoretische benadering van Deci & Ryan gaat het om het begrijpen van het begrip motivatie. Deze theorie gaat ervan uit dat mensen een natuurlijke neiging hebben om zich te ontwikkelen en te zoeken naar verbintenis tussen de wereld en zichzelf. Daarvoor is een sociale omgeving nodig die dit proces ondersteunt en makkelijker maakt.

In deze theorie wordt uitgegaan van drie psychologische basisbehoeften: verbondenheid, autonomie en competentie. Als je aanbod maakt voor een doelgroep en aan deze basisbehoeften voldoet is er welbevinden, motivatie, inzet en zin in ontwikkeling. Maar als één van de drie behoeften te kort gedaan wordt ontstaan er motivatieproblemen

Verbondenheid

Verbonden zijn met je team en coach en gesteund worden door je omgeving.

  • Goede relatie tussen coach en sporter (oprechte en persoonlijke aandacht, inspiratie, begrip)
  • Ergens bij horen, vriendschappen bouwen, samen sporten, peergroup, wij gevoel
  • Sympathie en vertrouwen hebben in elkaar en in de ontwikkeling en capaciteiten van de sporter
  • De sporters als volledig partner in het leerproces betrekken
  • Sporters zijn vertegenwoordigd in commissies

Autonomie

Vrijheid om je eigen handelen te mogen sturen en zelf keuzes te maken. De sporter krijgt het gevoel dat hij zelf aan de basis ligt van zijn gedrag.

  • Erkennen van de behoefte van sporters, aan eigen initiatief en verantwoordelijkheid
  • Een op autonomie gerichte trainingen ontwikkelen waarin sporter inspraak krijgt en mee mag bepalen
  • Kijken vanuit het perspectief van de sporter en je eigen ego opzijzetten
  • Ruimte geven om te vertrouwen op hun eigen wijsheid en intuïtie
  • Ruimte geven om misstappen te maken
  • Minimaliseren van druk, positief communiceren ipv voldoen aan verwachtingen van ouders of coach

Competentie

Het gevoel van vertrouwen in eigen capaciteiten en acties en de sporter ervaart dat hij het beste uit zichzelf haalt.

  • Vaardigheden leren die aansluiten bij het niveau van de sporter
  • Geef beheersbare, maar uitdagende taken
  • Duidelijke verwachtingen scheppen
  • Sporters moeten het doel begrijpen
  • Goede feedback
  • Succesbeleving en eigen progressie (focus op tijden leidt tot vergelijken en competitie)

Long Term Athlete Development model

LTAD staat voor Long-Term Athlete Development. Dit van oorsprong Canadees model gaat uit van een indeling van een sportloopbaan in verschillende ontwikkelingsfases, waarin talentvolle sporters worden getraind en vaardigheden leren ontwikkelen als voorbereiding om te presteren op topniveau. (Balyi,Way& Higgs 2013). Daarnaast streeft het ontwikkelingsmodel naar levenslangs plezier en betrokkenheid in de sport. Het LTAD is een model om de fysieke groei en functionele ontwikkeling van jonge sporters optimaal te benutten voor de leeftijd van volledige biologische volwassenheid. Het model is gebaseerd op de groeispurt (Peak Height Velocity, oftewel PHV). De PHV is het moment waarop kinderen hun grootste verticale groeispurt doormaken. Deze vindt plaats voor het begin van de puberteit.

Het model moet worden gezien als een raamwerk waarin per fase structuur en handvatten worden gegeven om zwem- en wedstrijdvaardigheden, trainingsinhoud, persoonlijke groei en motivatie te vergroten, maar moet wel worden benaderd met enige flexibiliteit. In het KNZB-sportmodel is het LTAD voor een groot deel leidend in het fundament (fase A, 1,2 en 3) en daarna voor de sporters die gaan voor talentonwikkeling en excelleren in de sport (fase 4,5,6). Sporters die vanaf fase 3, (van 10 tot 99 jaar) met andere perspectieven of ambities willen zwemmen gaan verder in fase Z, blijf actief kunnen met deze goede basis een leven lang plezier houden.

Het LTAD beïnvloedt op een positieve manier de kwaliteit van trainingen en wedstrijden door rekening te houden met factoren als ontwikkelingsleeftijd (in plaats van kalenderleeftijd) en kritische perioden voor optimale trainbaarheid.